Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

VII.

Myn verfoeyelyke zonden, In een groot getal bevonden, Meer als hairen op myn hoofd, Hadden my myn heil ontroofd: Maar uw Goedheid, nooit volpreezen, Heeft my nu die gunst beweezen, Dat my myn' bedroefde staat, Met berouw, ter harte gaat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove