X.
20. Schin. Bewaar myne ziele ende reddet my; laat my niet beschaamt worden want ik betrouw op U. Hoed myn ziel in dit benouwen,
Red my uit al hun geweld,
Als ik zal op U vertrouwen
Word ik niet te leur gestelt.
Laat d'opregtheid van myn hart
En de vroomheid my behoeden:
'k Wagt op U in deeze smart.
Vrydt uw Volk van tegenspoeden.21. Thau. Laat opregtigheid ende vromigheid my behoeden, want ik verwagt U.22. O Godt, verlos Israel uit alle zyne benauwtheeden.