Zo hygt men by het lieflyk daagen
Naar d'avond en haar schemertyd,
Des nagts, als d'onrust meest zal knaagen,
Naar 't dagligt, dat den Mensch verblydt,
Dus als geblindhokt voor onz' oogen,
In 's waerelds moolen omgetoogen.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove