II.
Gy hebt, uw beeld in ons herstelt,
Ons van den vloek, des doods geweld,
En last der snoode zonden,
Uit enkle gunst, door 't heilzaam bloed
Het duur rantzoen uws Zoons, zo goed
En Vaderlyk ontbonden:
Gy schenkt ons ook uw goeden Geest
Die ons in Christus, onbevreest
Doet tot uw heiltroon keeren:
Van waar de ziel 't geen zy begeert
Ten leven, en dat haar ontbeert,
U afsmeekt, Heer der Heeren.