II.
Nu is 't een dag van blyde vreugd,
Van vrolykheid en van geneugt,
Nu Bruid en Bruigom paaren:
Die beiden, eens van hart en zin,
Bewoogen door een reine min,
Elkander trouw verklaaren,
Om al,
't Geen zal,
Na dit trouwen,
Zich ontvouwen,
t'Zaam te draagen,
Met eenparig welbehaagen.