Skip to content
1715

Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen

Daniël Willink

Op de Maate van den 68 en 36 Psalm. I.

Gy hebt myn ziele welgedaan: Dies zal ik voor uw Aanschyn gaan In Godtsvrugt, Hemel-Heere! Den Beeker van de Dankbaarheid Zal ik, met Christelyk beleid, Opneemen t'uwer eere; Om U, voor 't onverdiende goed Dat my naar ziel en lyf ontmoet, Geduuriglyk te loven. Uw lof zal altyd in myn mond Opwellen, uit myn's harten grond, Tot U, myn Godt, naar boven.

II.

'K zal myn geloften, die 'k U deedt In angst des doods, in 't klamme zweet Nu openbaar betaalen. Ik zal de wond'ren, die Gy wrogt, En 't Heil dat Gy uw Kerk toebrogt, Met vreugd, aan elk verhaalen. Versterk my hier toe door uw licht, De kragt uw's Geestes, om dien plicht Godtvrugtig te verrigten. Wyl al het Geestelyke goed, Alleen van U afkomen moet, ô Vader aller lichten!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lusthof van Christelyke dank- en beedezangen · Daniël Willink · Poetry Cove