III.
ô Laat het licht uws woords in volheid schynen,
D' onweetendheid en 't Bygeloof verdwynen,
Dat yder een als in een heldren dag,
By 't licht daar van in heiligheid mag leeven,
En zich tot U, en tot uw wet begeeven,
Met diep berouw in ootmoed en ontzach.