Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

De Boer een Koning.

1.

DE Koningen zyn arme slaven, Wiens Parelryke scepterstaven, Wiens kroonen, schittrend van gesteente en goud, En praal-Paleizen hemelshoog gebouwd. Haar doen na meer en meerder draven. Daar d'oorlogsblixem snelder dan een paard, Die voert op vleugels van begeerte om d'aard.

2.

Die nedrig neder is gezeten, En schijnt by elk te zijn vergeten, Die leeft gerust, en altijd wel vernoegt; Schoon hy in armoê 't velt bebouwt en ploegt; Doch van sijn vrucht met vreên kan eeten, Die is een heer een Koning van zich zelf In 't zodendak, sijn marmer praalgewelf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede deel der mengelzangen · Cornelis Sweerts · Poetry Cove