Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

Aan d'E. Heer Jonas Witzen,

Sekretaris der Stad Amsterdam.

Ik stel daar in veel eer dat ik myn nieuwe Wyzen Oppoff'ren mag aan een, om wien sy zyn te pryzen, Die Kunsten koestert als zijn schrandere Oom, wiens licht Van wys regeeren 't Y en ieder een verplicht.

Wat baat het dat ik u in schets vertoon uw Vad'ren Als Burgerheeren, die gy volgend' tracht te nadren? O êdle Witzen! gy zijt meerder achting waard, Om dat gy tijd noch vlyt aan wetenschappen spaart, Dan afgedaalt te zyn van't hoog geslacht der Goden. De Dicht- en Zangkonst konnen elk tot blydschap noden, Heel zoet verrukken, en regeeren het gemoed, Waar door het vrolyk deugd en wetenschappen voed: Indien van beide dan u hier iets kan behagen, Verheug ik my in de eer van u dit op te dragen.

1695. VE. minste dienaar,

Kornelis Sweerts.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede deel der mengelzangen · Cornelis Sweerts · Poetry Cove