Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

Eenzaam en noit alleen

Schoon dat ik eenz aam ben, verzelt my 't dartel Wicht, En toont my in de nacht mijn Zons- en levenslicht.

1

Laat ons de zoete Lente-tyd, Van 't lieve leeven recht gebruiken; Zo dra het bloemtje komt te ontluiken Zo gy 't niet plukt zyt gy het kwyt, Het valt 'er neer, 't verdort, Als 't niet in acht genomen word.

2.

Zo is het even ook met u, Die 't aangenaamste van het leeven Aan hertzeer over komt te geeven; En zyt als d'uil voor 't zonlicht schu. Ja schijnt het leevenslicht Te vliên, met uw verblint gezicht.

3.

Verdwaalde Minnaar van de nacht: Ay zie de blyde zonnestraalen, Die 't alverkwikken nederdaalen: Zie hoe natuur en alles lacht. De dartle vrolykheid Zich nu door tak en telg verspreit.

4.

Maar als de wintertyd genaakt; Hoe doods, hoe stil zal alles wezen! Als of het aardrijk noit voor dezen, Zich in het minst en had vermaakt: Daar hemel, aard en zee Eer minde 't minnen vreugd en vre.

5.

Ay haal geen onrust in uw zin: Wilt zorg en hertzeer daar verbannen, 't Zijn onze levens snô tyrannen. Dies eert de vrolijkheid en min. Men leeft vernoegt op aard, Daar zo twee zielen zyn gepaart.

BLADWYZER.

O gy die Pallas eert. Pag. 1

Zou men een ongetrouwe beminnen. 3

Ach ongelukkige! die staag begeer. 6

Ik vind myn minnaar vol bekoorlykheên. 9

De Nijt die schuwt het licht. 12

De starretjes glinst'ren aan 's hemels trans. 16

Gelukkig wiens zinnen. 19

De Koningen zyn arme slaven. 23

De Liefde kan ons vernoegen. 26

O Liefde gy zyt groot door u vermogen. 29

Wie op Fortuin zig zelfs vertrouwt. 32

Wat baat de mensch een ed'le ziel. 36

Verblinde ziet, ay ziet. 40

Weelige boompjes u vruchten en bladeren. 43

Geef u bedrieglyk hert aan een ander. 46

Kan men niet wys zyn en beminnen. 49

Laat ons met een helder glaasje wyn. 53

Aangenaame Konst die onze ziel. 56

Klimeen ach! ider weet dat ik u min. 59

Laat ons altyd vrolyk leven. 62

't Wyntje dat in het glaasje springt. 65

Woorden ziften, zemelknoopen. 68

Wanneer ik overweeg. 71

Gy vlied voor my myn Engelin. 76

Laat ons de zoete Lente-tyd. 81

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede deel der mengelzangen · Cornelis Sweerts · Poetry Cove