Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

Ydel vertrouwen.

1.

Wie op Fortuin zig zelf vertrouwt, Heeft ydel in de lucht gebouwt, En drijft voor wind op woênde baaren. Ja hy, Als sy Verblind, Bemind Alle onheils stormen en gevaaren:

2.

Want wyl hy wenscht om staat en goed, Ziet hy geen rampen te gemoed, Die minst de meest vernoegde treffen. 't Fenyn Van schyn, Van macht En pracht, Kan als een pad sijn moed verheffen.

3.

Hy zwelt van opgeblasentheid En grootsheid op, en 't weelde vleid Sijn zinnen, om hem te verraaden. Die mensch Sijn wensch En vlyt Gedyt Slechs om zich zelf met lust te schaden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.