Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

Wel te minnen,, Wel te paren,

Kan de zinnen,, Vreugde baren.

1.

Gelukkig wiens zinnen, Om wel te beminnen, Het kunsje verstaan. O lieffelijk leven, Dat haar is gegeven, Die 't niet en versmaân, Noch wenschen te ontgaan.

2.

Of zyt gy dan steenen, Gy die na uw meenen De liefde braveert; Zo zyt gy geen menschen, Wat zoets kont gy wenschen, Wanneer gy ontbeert 't Geen't menschdom vermeert.

3.

Laat noit die gedachten, Uw zinnen verkrachten; Gaat offert de Min. Vereert hem uw gaven, Wat heerlyker haven, Maakt gy een begin, Brengt hy u niet in.

4.

Een haven van weelden, Als ge u kunt verbeelden, Van liefde, van vrê, Van dagen, en nachten, Die Minnaars verwachten, Die uitzien in zee, En wenschen die ree.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede deel der mengelzangen · Cornelis Sweerts · Poetry Cove