Skip to content
1695

Tweede deel der mengelzangen

Cornelis Sweerts

De Nijd te schuwen.

1.

De Nyt die schuwt het licht, En haat de blijde zonnestralen, Die nederdalen Om te verquikken ons gezicht; En 't hert der stervelingen, Door 's Hemels zegeningen, Die daarom daar in overvloed, Te meerder werden mé gevoed.

2.

Hoe meer men word benyt Hoe grooter heil men heeft te wachten. Wie wil dan achten Hem, die zich zelf verteert van spijt? Wie zeker meent te bouwen, Moet vast op God vertrouwen. Geen mensch zal ons dan licht verraên, En hel, noch dood, kan ons niet schaên.

3.

Men mag de Nyt ontzien, Maar niet te vreezen leert de reden, Haar, die te onvreden Uw doen en laten staag bespien. Men mag een zaak verzwijgen, Daar Nyt kon vat op krygen, Sy strooit dan nochtans haar fenyn. Vlie haar die wilt gelukkig zyn.

4.

Benyt gy andre niet, De Hemel geeft aan u sijn zegen. Zijt niet verlegen Wanneer gy u geluk niet ziet. Men moet d'Algever pryzen, En altoos eer bewijzen. Wie dat hy schaars sijn nootdruft geeft, Haast tarw noch most gebrek en heeft.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Tweede deel der mengelzangen · Cornelis Sweerts · Poetry Cove