Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Treurt edel Huys Nassouw. HErodes stelde tot Sijn Doel-wit, hem als Godt Op 't top van eer te vijselen; Maer o verdwaelde dwaes! Godts handt doet hem verbrijselen,

En maeckt hem Wormen aes. 2. Eer hy den Gheest noch gaf, Word hy een stinckend Graf, De slijmige Wormen krielen Hem door het Vlees, en Huyt, Tot dat zy hem vernielen, En suypen d'Asem uyr. 3. O Wereltlingh blijft staen, En siet dees Spiegel aen; Wiens hert gheen lust kan weyg'ren, Om voort al langhs hoe meer, Aen 't top-punt op te steyg'ren, Van d'yd'le Wereldts eer. 4. Die teelt in sijn gemoet, Een stinckende gebroet, Een swerm van vuyle driften, Een walgelijck gekriel; Met recht voor hem vergist, en Worm-kuylen in de Ziel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove