Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Lestmael in 't kriecken van den dagh. ALs Gideon aerden Kruycken droegh, Soo sagh men glants noch licht, Maer doe hy die te mortel sloegh, Verscheen voor het gesicht Het licht van yder Lamp, Wiens flonckeren, een ramp Van bange schrick, In eenen oogenblick, Op des Vyants Leger schoot, Alsoo dat het anghstigh vloot, 2. Als ick bedenck dit vreemt gebruyck,

Dunckt my dat klaerlijck blijckt, Dat soo een binnen-lichtend Kruyck Een kindt Godts wel gelijckt: Wiens lichaem kleyn van waerd Ghebacken is van aerd, Maer die bevat De Ziel, een Hemels schat, Welckers held'ren glants dat wort Door het Lichaem overstort. 3. Maer wanneer Godt de Doodt aenspreeckt, Soo sloopt die 't Lichaem gants: Dan gaet de Ziel, als 't Lichaem breeckt, Verciert met Hemels glants, En heerlijckheydt seer schoon, En praelt voor Godes troon Met soo een licht, Diens Glory-rijck gesicht Eenen droevigh klaegh-geschal, In de Boosen wecken sal.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove