Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Telt eens soo ghy 't getal kunt vinden.

ALs Joseph lagh in stale banden En vuyle stanck, Bestrickt aen voeten ende handen In ys're dwanck: Is Pharo's swart gesicht ontnevelt: Sijn toorn hielt op, En heeft Joseph weer op-gegevelt, Aen d' eeren top. 2. Sijn door-genepen stramme Leden, Van't slot onttrout, Liet hy in 't Koninghs hof bekleeden Met Sijd' en Goudt; De mag're schenckels, die eerst lagen In 't roestigh stael, Voerd' hy op sijn Victory-Waghen In Zege-prael. 3. Sijn handt met 's Koninghs Ringh besegelt, Die swayd' de Staf, Daer 'tgantsche Landt door wordt geregelt, Tot loon en straf.

In 't kort de Koninghlijcke Woningh Groet hem als Soon, En 't gantsche Landt als Onder-Koningh Op Pharo's troon. 4. De Sathan had ons oock gebonden, Door Adams beet, Met stricken die door vele sonden Sijn t'saem gesmeed, Te sterck dat wy die souden kneusen Of schudden af; Daer stoncken wy voor Godes neuse Als een vuyl Graf. 5. Godt heeft sijn gunst doen uyt meedogen Tot ons gestiert, En ons dien jammer-poel onttogen, En op geciert Met Hemelsche en heyl'ghe deughden, En in't gemoet, Gestort de voorsmaeck van de vreughden

Van 't Hemels soet. 6. Hy heeft ons met sijn Geest geteeckent Tot gunst bewijs; En onse Leden nu gerekent Voor Wormen-spijs, Sal hy uyt 't Graf-slot oock ontklemmen Om mee hier na Te singhen met de Eng'le-stemmen, Haleluja.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.