Stem: O Saligh Heyligh Bethlehem.
WAnneer als het Egyptische Landt
Was van den hongers-noot beseten,
Die met haer opgevijlde tant
De burgers dreyghde op te eten.
2. Soo was 'er nochtans overvloet
Van spijs, in 't Hof van haren Koningh,
Dit krayd' de' faem: Die daer door doet
Elck Burgher vlughten tot sijn woningh.
3. Aen wien zy haer, en oock haer haef,
Op-offerden, niets uytgenomen,
En hebben tot een weder-gaef
Het leven als een buyt bekomen.
4. Het gantsche Menschelijck geslaght,
Door het moedwilligh overtreden,
Is onder eenen vloeck gebracht:
Maer Godt is rijck in goedigheden:
5. Al wie dat dan tot hem genaeckt,
En hem aen Godt doet overgeven,
Wordt van d' elenden vry gemaeckt,
En krijght tot erf het eeuwigh leven.