Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Daer 't bloos ghekaeckte Morghen-root.

De Vorsten uyt het Moabs Landt Vertoonden op haer open handt, Een som van blinckend Toover-loon, Op dat soo door die glans seer schoon, Soud Biliam beweghen, Om Isr'el met een bitt'ren vloeck Te slaen, in plaets van zeghen. 2. De Wereldt singht de selfde toon, En Spiegelt met het Sonden-loon, En biedt aen yder die haer kust, Een blinckend schuym van yd'le lust, Dat in de ziel set smetten: Maer alle ghy, die Gode vreest Kruypt noyt in 's Wereldts Netten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove