Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Voorby is 's Winters harde stoot. DE Gheest gestelt op haer Stadts-wacht Van ons Hemelschen Vader, Wordt van het vlees staegh na-getracht, Het welck is een verrader; 2. De Sathan heeft daer mee verdragh

En loopt om alle kanten En soeckt waer hy sijn Standaert magh Op Wal, of Vestingh planten. 3. Het vlees loert nau aen yder Poort, De Sathan in te leyden, En tracht aen d'een, of d'ander oort Hem ingangh te bereyden. 4. Somtijdts soo vindt zy in der nacht De Gheest ont-[y]vert, slapen, Die zy verschalckt op sijnen wacht, En hem ontrooft van Wapen. 5. Alarmter dan den Sathan by En seydt: Komt haestigh binnen: Want dese Stadt voor u, en my, Is nu gants licht te winnen. 6. De Sathan root van Helschen gloet, Brandt als van sijn lust tot rooven, Maer eer hy binnen steldt sijn voet, Soo komt dien Heldt van boven,

7. Den Hoeder Isr'els in de Lucht, Met sijn Geweer in handen, En drijft den Sathan op de vlucht Soo dat hy ruymt met schanden. 8. Looft onsen Godt na rechten eysch, Ghy sijn verloste Kind'ren, Hy is't die Sathan, ende Vleysch, Haer opset doet verhind'ren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove