Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Aen de Sangh-lievende Ieught. DE Gheest des Menschen, omset met een gewapend Heyr van strijdtgierighe parthyen, soeckt altijdt weder na duysent druckinghen haer op te heffen, en haer uytgemergelde krachten, door eenighe verlustinge, met nieuwe senuwen te verstalen: hier toe heeft de Natuere het Gesangh geteelt, en de observantie van het eenparigh vervolgh der tijden, en Natien, ende de practijcke der Jeughdt, hebben de selve ingewijd tot een sauce van dit le-

ven; ja gehult tot een Herault, om als een kleyne Faem, de moedigheydt des herten voor al de Wereldt uyt te kraeyen, ghelijck haer de Apostolische recommandatie met dien eyghenschap begiftight, Iacob. 5: 13. Maer de Sathan, die met swanghere Herssenen, en hijghende yver, sonder uytspanningh besigh is, om nieuwe Netten te breyden, en de Menschen daer in te verschalcken, heeft hier in mede een Vulcanus strick gespannen, mengende 'tsmakelijck fenijn van d'onkuyse lusten, onder 't lieffelijck geschal van het Gesangh; hier door hebben de dartele ydelheden groote voort-ganghen gedaen: komende eerst voor de uyterlijcke sinnen als Wandelaers, maer daer na door de aentreckelijcke ghe-

woonten worden in't herte als inwoonders gehuyst. Soo dat nu een rechtveerdighe ziele hem selven met innerlijcke nepen moet quellen, siende, en hoorende, de ontughtighen wandel, van onse Jeught, die hier over berispt sijnde wederom Adams Vijghebladen op raept, en klaeght over de schaersheyt van de Liedekens, die gesongen konnen worden, op haer meest beminde Voysen. Om dit verschuylsel, dat haer deckt als een Net teghen de Regen, t'eenemael af te stroopen, en op een volle maet noch meerder te hoopen, soo heeft hem mijn Gheest verlustight om dese Stichtelijcke Gesanghen te formeeren, alle van onbesmettelijcken inhoudt, en gherijmt na de soetste, en gewoonlijckste Wijsen; op hope, of oock

de deught dit geluck verworve, dat de ondeught verworven heeft, om mede onder de soete melodye der Stemmen herberghe te nemen in de herten der jonckheydt. Ick hebbe my verstout veele stoffe te kiesen uyt Godts Woordt, om dat het hem selven aenbiedt tot sulcken gebruyck, niet alleen om de Poëtische stijl, gemenght door het selve; maer oock om dat Paulus dese twee Eght-genooten te samen koppelt, het woordt Christi te spreecken in alle wijsheydt, ende, malkander te vermanen met Psalmen, Lof-sanghen, en Gheestelijcke Liedekens, Coloss. 3: 16. Ick hebbe oock weynigh ghevreest voor't oordeel der eenvoudighen, die voor quaedt keuren goede Sanghen te singhen op lichte Wijsen:

wetende dat de verstandighen bekent is, dat niet de stoffe door de Stemmen, maer de Stemme door de stoffe wordt besmet. Dit werck aldus geschapen, verschijnt nu voor de Wereldt om gheen andere reden, als deughde-prickelen te mengen onder 't vermaeck der Jeught, en heylsame vreughde-stof in dese vergiftighe eeuwe. Soo yemandt uyt liefde tot het Gesangh, de stoffe hier in vermelt begint smaeckelijck te worden, soo hebbe ick mijn verwachtinghe, en blijve uw' wel-wenschende

Cornelis Maertsz.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove