Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Amstelse Zon die wijckt, en straten. ALs Josua hem vont bedroghen Door Gibeons door-trapt gheslaght, En heeft hy haer niet omgebracht, Maer haer in eenen dienst ghetogen, Om in des Heeren Huys te gaen, En Godt aldaer ten dienst te staen. 2. Wy sijn door ons genegentheden, Door Liefd' en Haet, Vreught en Droefheydt, Dickmael verschalckt, en veel verleydt, Om van des Heeren Padt te treden,

Maer siet alhier een kort beright, Van wel-ghevormde Sede-plight. 3. Al wat ghewoon was te verleyden Moet in de koers sijn omgekeert, En wat ons 't quaedt-doen heeft gheleert, Moet namaels Godes eer verbreyden: Dan is de mensch recht ghemaniert, Als hy sijn seden soo bestiert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove