Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: O schoon Kareclia! EEn Wagen niet als vlam, Diens Paerden draefden door een vliegend' gloet, Door Wolck en Hemel quam, Omcingelt van een Storm die heftigh woed En daelde met een snellen draf, Van boven, by Elias af. 2. Doe stapte die Propheet In de Karos, vrymoedigh onvervaert, En voer alsoo daer meed Wt 't Aerdtsche pleyn, om hoogh ten Hemel-waert, Door Storm, en onweer, vuer, en gloet, Kreegh hy voor 't Aertsch het Hemels goedt. 3. De Doodt, die onverhoets Met schrick en anghst, een flauwe ziel beroert, Is mede sulcken Koets,

Die van der Aerdt Godts volck ten Hemel voert, De Doodt toon vry een vuer'ghe schijn 't Sal maer Elias Waghen sijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove