Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Roosemondt die lagh gedoken. ADam socht sijn naeckte leden Teghen schaemte, ende leet, Toe te decken, en te kleeden Met een Vyge-bladen kleedt,

't Welck hem weynigh helpen kon, Tegen Vorst, of heete Son. 2. Maer doe Godt met Beeste-vellen Deckte Adam en sijn Wijf, Kon haer koud' noch hitte quellen: Want het deckt haer gantsche lijf Tegen koud' en 't ongemack Van de Son die vuyrigh stack. 3. Die oock met gerechtigheden, In sijn eyghen Breyn gesmeedt, Soeckt sijn Ziele te bekleeden, Neemt een Vijghe-bladen kleedt, 'T welck sal helpen niet met al, Als Godts toorn ontbranden sal. 4. Maer die sijne naeckte ziele, Heeft met Christi heyl bekleedt, Kan noch Doodt, noch Hel vernielen, Noch Godts toorn, al brantse heet. Want hy is een vaste Rots, En het heyl der Kind'ren Gods.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove