G.
GOdts volck tooch eertijdts te verspien.81
Gilead was omgehanghen.90
Gheen donder-keel van 't hol Metael.102
Gideons vel vingh de dropjes118
Gheen ander stroom en kan Naaman af-wasschen.172
't Grootste vermaecken // dat meest verblijdt.278
Gheen schoon doorluchtigh Koninghs-Hof.279
Godt om sijn gunst te toonen.298
Gheluck, ghy die de tijdt // van strijdt.360