Skip to content
1661

Stichtelijcke gesangen

Cornelis Maertsz.

Stem: Ons Speel-jacht nu al veerdigh leydt. BEthesda was de spoele-plas Daer in dat Zions Burgers baden, Maer daer met een de Herbergh was, Van krancken, met haer druck beladen. 2. Vijf Zalen had dat water-badt Vol siecken, die daer lagen wachten, Tot dat Godts Engel roerd dat nat, En segend het met heyls'me krachten. 3. Die dan daer na de eerst sijn mocht Om in dat Water neer te dalen Gevoeld tertondt, dat in dat vocht Verdroncken al sijn bitt're qualen. 4. Hier heeft een Leer-gier weer sijn wensch, Want nergens vindt hy yet bequamers,

Tot een uyt-drucksel van de Mensch, Die sijn vijf sinnen als vijf Kamers 5. Gestapelt sijn vol vuyle drift, Vol nijt, vol toorn, die hem ontstellen, En even als een boos vergift Sijn Mergh door-eet, 't welck hem doet quellen. 6. Tot dat van boven komt Godts Gheest En doet het hert en ziel omvoeren: Dan is 't dat hem dat quaedt geneest; O Godt doet my by desen voeren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijcke gesangen · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove