D.
De wijsheydt die is uyt gevaren.11
De soete mey17
Doe de Koningh dit aenhoorde.33
David die nu had verstaen.36
Doe de hoogen Godt op eerde.39
Des Hemels licht verdween44
Doe eertijdts Iohannes vernam.55
Daer zijn geen saucen die soeter doen smaken72
De valsche vrinde.80
Daer is geen staet te noemen.89
Draeght nu vry geen swarte rocken116
Daer quam van eenen eter spijs.147
Doe nu ons Vaderlandt.174
De zielen die vry van het lijdende vleys.212
Doe ick onlanghs de ruyge velden.225
Dit is licht voor elck te lesen.229