Skip to content
1671

Het singende nachtegaeltje

Cornelis Maertsz.

Stem: Als Bocksvoetje speelt &c. ALs Saul, en David den vyant in 't velt Verioegen, en sloegen Haer met gewelt, En quamen in 't Hof // soo worde haer lof,

Door 't gantsche landt Cana seer hoogh vermelt. 2. De vrouwen in't Israelitische landt, Die namen, te samen Den vedel in d'handt, En springende voort // men singende hoort Aldus haer schateren door het landt. 3. Weest wellekom Vorsten van Iacobs geslacht Ghy helden, in velden, Seer dabber geacht; Den vyandt besweeck // wanneer hy u keeck, Noch meer wanneer hy beproefde u macht. 4. Wel laet ons nu Saul veel lof, en veel eer Bewijsen, en prijsen Die dapperen Heer, Die selver op 't landt // met eygener handt, In't Heydens geslacht sloegh duysent ter neer.

5. Maer singt noch veel hooger, o vrouwen gedans Wy moete, begroete, En setten de krans Op David sijn hooft: Een yder nu looft Dees eenighst, dees Fenix, het puyck der Mans. 6. Hy heefter thien-duysent alleenlijck gedoot En velde, die helde Seer machtigh en groot: V daden zijn meer // als Sauls, uw' Heer, g' Hebt thiemael, den Philisteen meer ontbloot.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het singende nachtegaeltje · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove