Skip to content
1671

Het singende nachtegaeltje

Cornelis Maertsz.

Stem: Het daget in den Osten. MY dunckt dat eenen veugel, Ellendigh is geplaecht, Die niet meer als een vleugel Op sijn kleyn lijfjen draeght: Die kan hem na behagen Niet wegh dragen. 2. Soo is 't oock met een herre Die op een wiegel loopt, Want sulck een rijedt niet verre Of is wel dra gesloopt, Dan scheurt het een, en't ander Van malkander.

3. Hier op soo denck ick stracken, Hier aen sien ick nou, Het leet, en ongemacken, Des menschen buyten trou: Want hem ontmoeten alle Ongevalle. 4. De man met sijne Vrouwe, Die is een vleesch, en been, En daerom buyten trouwe, Is elck de helft van een: Dus moet we dese deelen t' Samen heelen. 5. En soecken na genoegen Een ander weder-helft, Om die ons toe te voegen, En t' smelten aen ons self,

Om dus twee halve saken Een te maken. 6. Alleen staet dit te myen, Dat sonder goedt bestuur, Wy niet bestaen te vryen Een ongelijck partuur: Dat soud' ons onlust geven Al ons leven. 7. Men siet het noyt gebeuren Dat yemandt Laken sneedt, Van twee verscheyden kleuren, En nayd' het aen een kleedt: Of die dit doen, zijn sotten, Meet te spotten. 8. Of saeghje twee Hant-schoene, d' een nieu, en d' ander oudt,

d' Een geel, en d' ander groene, Ick weet, ghy seggen soudt, Dit past niet, d' een, en d' ander, By malkander. 9. Kiest dan tot u vriendinne, Een die u wel gelijckt, Opdat u hert, en sinne, Van haer niet af en wijckt, Maer dat gy liefd' mooght dragen, Al u dagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het singende nachtegaeltje · Cornelis Maertsz. · Poetry Cove