Skip to content
1659

Het nieuwe werck der psalmen van den koningh David

Cornelis Boey

II. Pause. 10 Dat sal werden op-geschreven, Voor die namaels sullen leven; Op het schrift sal 't zijn gebracht, Voor het volgende geslacht; Dat de Heer sich heeft verkoren, En, wanneer 't sal zijn geboren, Hem sal om sijn daden prijsen, En behoorlick' eer bewijsen.

11 Om dat hy sijn heyligh' oogen, t'Onswaert eyndelick bewoogen, Sal doen hebben sien om-laegh, En verdreven dese plaegh; Met op Aerden ons t'aenschouwen, Die alleen op hem betrouwen, Op hem, die eer-langh sal hooren 't Suchten sijner Vyt-verkooren.

12 Op dat God vertelt magh wesen, En in Zion hoogh gepresen; In 't Ierusalemsche Hoff Zy gesongen sijnen loff; Als de Volck'ren aller Rijcken Van d'Af-goden sullen wijcken, Stellen haren dienst besijden, En te saem een God belijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.