Skip to content
1659

Het nieuwe werck der psalmen van den koningh David

Cornelis Boey

Caspar Streso, Bedienaer des H. Euangeliums in den Hage, aen den Heere Cornelis Boey, Fiscael en Procureur-Generael. Mijn heer en vriend,

Gevraeght zijnde wat ick oordeele van uwe Psalmen, die ghy my ter hande gestelt hebt, soo en kan ick daer van niet spreecken sonder onderscheyd te maken; want als ick uwe samen-stellinge sal vergelijcken met de oude ende die in 't openbaer gebruyck is aengenomen, soo ist my onmogelick, dat ick dese uwe niet en soude prijsen boven deselve. Maer, soo ick van de uwe sal oordeelen tot dienst en nuttigheyd der Kercke, ende in vrage stellen, of het niet dienstigh en ware, dat men dese uwe, in plaets van de oude, aen-nam, of met deselve vermenghde; soo moet ick nootsakelick seggen, dat het te vergeefs is, dat men met Particuliere oordeelen het selfde dispuyt beslichte. Dit bekenne ick even-wel van desen uwen arbeyd te gevoelen, dat, indien eenige veranderinge sal geoordeelt werden dienstigh te zijn, niet en sal geoordeelt werden bequamer ende aengenamer te wesen, als dat men een aen-neme, die met den ouden rijm t' eenemael over-een-komende, de woorden en maniere van spreken suyvert, en de materie met den grond-tekst doet over-een-komen. Het welck dewijl 't uw arbeyd te weghe gebracht heeft, soo en soud' ick niet ontsien aen dese uwe samen-stellinghe mijn stem te geven. Siet daer hebt ghy 't gene ick oprecthelick van uwen arbeyd oordeele. Onder-tussen en laet ick niet af te hopen, dat dit uw werck, door 't gebruyck der Particulieren, sich selven allenckxkens sal komen Publijck te maken. Vaert wel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.