Skip to content
1659

Het nieuwe werck der psalmen van den koningh David

Cornelis Boey

Pause. 5 Dat ghy hem doet, een weynigh minder wesen, Als d'Eng'len zijn, dat ghy hem uyt-gelesen, En boven al uw' Scheps'len hebt verschoont! Ia, hem met eer' en heerlickheyd bekroont.

6 Ghy doet hem zijn een Heerscher aller Landen, En over al de wercken uwer handen. Maeckt ghy hem Heer; en die stelt hy de wet. Ghy hebt het al sijn voeten onder-set.

7 Ghy hebt het Vee, de beesten op den velde, Gestelt in sijn regeringh' en gewelde; Den Os en 't Schaep, het wild en tam gediert', Wert, na uw' wil, door 's Menschen-kind bestiert.

8 De Vog'len, die in lucht en wolcken sweven, De Visschen, die in Zee en water leven, En 't gansche Rond des Werelds wand'len om, Hebt ghy aen hem gegunt in eygendom.

9 O Heer, ons Heer, hoe hoogh, hoe groot van waerde, Hoe heerlick is, uw naem al-om op Aerde? Hoe hoogh zijt ghy, die uwe Majesteyt Hebt boven al de Hemelen verbreyd!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.