Christus mea petra.
Con Petrus door berou van sonden Godt behaghen
Hoe veel te meer dat wy behoorden sorgh te draghen
Rakende onse Siel (met erger quaet besmet)
In't maken van berou, dat daer door wort belet,
Soo volghtmen Petrus naer, en sal de Sielen baten
Te weten als men can het sondich leven laten
Verfoyen d'ydelheydt, en alle aertsche vreught,
Salich is hy die schouwt het quaet, en mint de Deught.