Toe-sangh.
Schoon de furi van d'Afgoderijen
Wil Astion bestrijen en vervolgen totter doodt
Sijne liefde is te groot ...
Laet de Werelt, Duyvel, Vleesch, hun daerom vry schreeuwen heesch
Astion en heeft geen vrees
Sy en connen hem niet schaden, hy betrout op Godts genade
Door t'Gheloof, die sijn Siel van ongheval
Sal bewaren, en den roof
Van het Vleesch noyt wesen sal.
Verschijnen het Gheloof, Hope, en Liefde
SYn siele hoort my toe, want die in my ghelooven
En sal niet lichtelijck de werelt my ontrooven
Hun siele saligheyt, ten waer door sondigh quaet
Dat het Geloof verdooft, alsmen dat niet en laet
En Godts ghebodt veracht:
Liefde:
den Heere sal bewaren
Den schoonen Astion nu hy comt openbaren
Het licht van sijn Geloof, door my hem inghestort
Op hop' van sijn geluck, dat soo vercreghen wort
Hope.
Geluckigh die sijn hop' op Godt alleen can setten
En hem daer op betrouwt, hy sal veel quaet beletten,
De hop' is Godt alleen: de hop' is s'menschen al
Die dan in Godt Gelooft, en hopt, noyt dolen sal.
Binnen