Gebedt tot Godt. O Heer mynen Godt, ick derf seggen Vader, hoe-wel onweerdich U E. sone genoemt te worden om de menichvuldigheyt van myne sonden de welcke myn ziel gequetst en beschadicht hebben, ende daerom overdenckende met een rousuchtich gemoet en hert-grondighe droefheyt, hoe vreeselyck en schadelijck dat is uw Goetheyt vergramt te hebben en in uwe handen te vallen, en wat doodelycke straf de misdadighe sondaers (uwe Hoogmachtigheyt daer door gequetst hebbende) schuldigh zyn, staen verstelt verbaest, beroert en verschrickt, jae bedroeft totter doodt, om dat ick uwe Rechtveerdigheyt door myn sonden schyne gescheurt,misbruyckt en u wederom gecruyst, en u gebenedyt Bloet in de Geesseling en Crooningh gestort te hebben, en uyt liefde tot onse verlossinghe vergoten zynde, heb met voeten getreden. Ick boosen sondaer, die naer u gelyckenisse in menschelijcke natuur van u geschapen ben, en soo veel gratien en weldaden onweerdigh van uwe Goetheyt ontfangen heb, die niet weerdigh en ben d'aerde te betreden en myn selven voor U. E. Aenschyn (dat over al tegenwoordigh is onsienelyck, en waerachtigh) te ontdecken die het al siet, om dat ghy onsen Al zyt, neme noch eens mynen toevlucht tot u bermhertigheyt die goedertierigh en oneyndelyck zyt, om van u in genade ontfangen te worden, en door myn berouw en voornemen van beternisse, vergiffenisse der sonden te mogen vragen op hope van te vercrygen, siende en kennende den goeden jever die ick heb om u beter te dienen als ick tot noch toe gedaen hebbe, zynde bereet u met meerder liefde te beminnen als te voren. Amen
Cookies on Poetry Cove