Het vierde Deel.
Deughtsame gheesten.113
*Een vrouw die lijden moet &c.99
Een man die vele sorghen heeft.101
Gheschapen is van niet den mensch.90
Hoort nu de potten en pannen klicken.93
Laet nu sincken uwen bedroefden geest.81
Lustich ghesellen.98
*Ick hinder als ick leef.115
*Ick heb een edel vrouw.106
Met lust ende met maet.96
*t'Was eens op eenen tijdt.85
Wordt ghy vermeestert vanden wijn.83