Skip to content
1650

Den groeyenden Lierschen blom-hof

Cornelis Bie

Het derde Deel.

Als wordt de ziel bedouwt.47 Als lest den hellen glans der Sonnen.63 Fortuna soet die tot my deyst.61 *Heeft my het ongheluck, &c.48 Hoe wagghelt het ghemoet.67 Hoe lanck sal ick noch sijn.45 Het groen becleede velt.73 *Het eygen van 't ghemeen.74

*Ionge dochters fleur van vrouwen.78 Is de min in u hert gheschroeft.70 *Lest als de blond'Auroor.69 O doodt laet my u pijlen proeven.76 Onlanghs wanneer Pomona sou.54 Schoon lief wanneer salt eens wesen.41 Schoon lief niet langher mijnen sin.46 Spreeckt traghe tonghen.58 *Wat flauw en slechte min.52

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.