Tweede Zang. Venus:
MEn prijs haar geest dan, maer de schoont
Zoo hoog gelooft, is my gehoont.
Ick wil wel, dat de leugetongen
Der Minnaers heffen Hemel hoogh
De schijn van haer bedorven oogh,
Maer van elck een is't niet bedongen;
Want yeders zeggen blijft geen schijn,
Maer heeft meer reden waer te zijn.