Rani Cleo in letter keer Voor het leenen van haar Virgilius Maroos Wercken.
GElijk de blixem-Godt swiert op sijn Arents vlercken,
Wanneer hy 't menschdom met zijn glans verselt beneen,
Zoo sweeft Rani Cleo, door haar geveerde vlerken
Op vleugels van de faam door al de wereldt heen,
Daar zy aan 't Veer van eer, besluyt haar lauwer looningh,
Al waar de wijsheydt heerst, daar krijgt de Konst haar krooningh.
Uw boeck rijck Cabinet, wie moet zich niet verwond're)
Verbeelt ons hier aan 't Y, een tweede Helikon;
Daar ick u konst (onlangs) in vaarsen hoorde dond're:
Waar by u miltheyt blonck gelijck een middagh zon;
Mits ick begunsticht wiert, u Maro te doorloopen,
Waar zulck een Godtheydt woont, daar staat een leerschool open.
Nu keert Virgil weerom, verselt met letter keeren;
Die ick tot danckbaarheyt, langh heen uw lauw're vlecht:
Op dat Rani Cleo, steets door ghevaarsde Veeren
Al om vol duursaam lof, een praalbeelt wert gerecht,
Mijn veer ghy dwaalt te veer, wie boven macht wil vliegen,
Zal sich met Faëton; in 't vallen haast bedriegen.
Johannes Smidt.
Aan 't Y den 19. July 1664.