Skip to content
1665

Lauwer-stryt

Cornelia Veer

Toon, Eerst en tweede Kersnagt.

I. TErwijl hier nu de groote Hymen De deugt en kuysheyt zaam komt lymen, In 't midde van het Speelnootschap, Dat met haer 't Houwlijx-Feest inweijen, En 't Puyk van Emdens Maegde-reijen Weer-galmen op het handt-geklap.

II. Zoo wil mijn Zang-Veer aan haar wensen Dat heyl en voorspoet nooyt mag slensen, Maar dat deez dag zy een begin Van reyne liefd' en waare weelden, Die zich in 't eerste paar verbeelden, Tot tegen-gift van dertle min.

III. Godt komt zich zelfs op 't Feest vertoonen, En wil de Bruyt haar hooft bekroonen Met eenen Kroon, van zegen zwaar: Daar eertijts Kanaas Bruydt meê pronckte, Die kuyse kuysheyt zelfs toe lonkte Op d'heemel-zang der Englen schaar.

IV. Gespeeltjes wilt haar koetswaart leijen, Terwijl de nagt-gordijne sweijen Voor 't licht van d'heldre daageraat; De deugt heeft reets haar toorts ontsteeken,

En schijnt u zelver aan te spreeken, Met woorden vol van hoonig-raat.

V. Leeflang! leeflang! ô puyk der Joffren! Met hem die u zijn ziel komt offren Op 't autaar van getrouwe min, Tot u het noot-lot heen zal zenden, Daar nooyt de tijt haar tijdt zal enden, Maar eeuwig zijn als in 't begin.

Cornelia van der Veer.

In mijn Vaderlijk Amsterdam

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Lauwer-stryt · Cornelia Veer · Poetry Cove