Anders.
Hij die veel roemt en stoeft, en ander roept te velt,
Heeft dickwijls in de tong al sijn macht en gewelt.
Een leger, diemen seydt, Hij comt, heel lang te voren
Eer t'volck versamelt is, gaet dick seer haest verloren.
Daerom wilt ghij u daer doen crijgen een goet endt,
Begint niet met geroep, eer ghij u macht wel kent.
Stoot niemant op de borst, eer ghij wel wict u ermen:
Die d'eerste in't stoeffen is, is oock d'eerste in het kermen.