Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Eenselich grimmich mensch, die recht den Beer gelijct, Die elcken eenen schouwt, daer elcken een voor wijct, Weest bij de menschen mensch, wilt v toch soo niet scheyden

Van anderlic gesicht, laet v toch niet verleyden Van die laetdonckentheyt, dat gij alleen kunt leven: God heeft den mensch verstant en spraeck hierom gegeven, Om dat hij sich doch souw somtijts vergeten tsaem.

Den mensch is me en eensch; daer van heeft hij de naem. Den eenen heeft altijt den anderen van noode: Die altijt blijft alleen, die stell' ick bij de doode.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove