Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Welsalich is den Vorst, wiens naem en daet is goet: Die denkende hoe hij heet, op Godt oock denken moet: En met de daet daerom betoont dat bij sijn weten, Hij niet dat God gebiedt, te doen en heeft vergeten. Welsalich is weerom een Vrouw van hoogen staet, Die niet alleen met gout en met gesteente gaet,

Maer volgens heuren naem, betoont dat heur manieren Veel meer dan het gesteent heur reynicheyt vercieren. DEse Devijs van een Cruys, (teecken vande Goddelicke Liefde) wapen van Savoyen, metter Hebreusch woort EL (twelck te segghen is Godt), besloten in eenen Rinck van fijne Peerlen, oft Orientaelsche gesteenten, met een Conincx croone daer boven op, comt seer wel overeen met de beduyding der namen ende Conincklicken stam vanden Hertog ende Hertoginne van Savoyen, Emanuel ende Margarita. Om welcke saken (mits dat sij metter waerheyt ende inder daet selve daermede seer wel over een comen) sij beyde nimmermeer ten vollen en souden connen gepresen worden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove