Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Met cracht van mans te velt wort dickwijls veel gedaen, Wanneer daer aen d'een sij meer dan aen d'ander staen: Maer meestendeel verwint, die t'volck soo can verdooven,

Dat sij van hem veel meer, dan hij vermach, gelooven. In alle slaghen heeft vrees en hoop tmeest ghewelt; Men siet geen reden aen, geen man de hoofden telt: Comt ons de vrees eens aen, dat wij den vijant achten,

Al sijn wij noch soo sterck, wij derven hem niet wachten. HEt is een werck van eenen cloeckmoedighen, voorsichtigen ende wijsen Vorst, ende goeden Velt-overste, dat hij van den Noot een Deucht maeckt: ende dat hij sich selven, mitsgaders alle sijn volck, verlost, ende vrij maeckt wt de hant ende het ghewelt van sijn vijanden, door list oft ercheyt, ende sonder slach oft stoot, als hij dat gedoen can, mits heur ergens mede vervaert maeckende oft verbaest: ghelijckerwijs als dede den vermaerden cloeckgeestighen Hannibal, als hij hem door Fabius Maximus in een engte tusschen de berghen benauwt vont; wanneer hij des nachts brandende mutsaerden oft bussels houts bondt op de hoofden oft aende horens van sijn' Ossen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove