Anders.
De beste gaven zijn gemeyn, die God den Heer ons geeft:
Bij water, coren, brand, en lucht elckeen wel groeydt en leeft.
Den rijcken Vorst, den armen Laer, bij leven en bij sterven
Zijn gantsch gelijck in dese vier te bruycken oft te derven.
Den wijsen heeft seer haest ghenoech, en is heer van sijn keel:
Den dwaes is slaef, en heeft altijt te weynich oft te veel.
Die rijck is en wat reden heeft, schaemt hem niet arm te lijcken
Die arm is en te vreden leeft, nutt soo veel als den rijcken.