Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Als Armoey en verdriet, en commer, vol onlusten, In oorlogs ongeval de Deuchden laten rusten, Dan zijn sij onbekent, oft niet seer veel geacht:

Maer alsmen strijden moet, dat sietmen eerst heur macht. Een ander arm, doch deugtsaem mensch, om sijn goetheyts wille (gelijck alsset met meest alle vrome lieden pleeght te gaen) vervolght zijnde vande nijdicheyt, ende de bijnae gemeyne onwetentheyt der menschen, willende te verstaen geven, dat hoemen hem meer socht te vergrammen ende quellen, hoe dat sijn dapperheyt ende geestichheyt soo veel te blijckelicker soude worden: Nam voor Devijse eenen Man die met sijn voeten vertreede een struycksken oft plantken Surckels (die de Apothekers Acetosa, de Romeynen Rumice, de Griecken Oxalis, ende de Florentinen Agrestini nomen:) met dese woorden daer bij: Virescit vulnere virtus: dat is, De deugt crijgt cracht, oft wort groen ende groeyende alsmense quetst: Hier in merk nemende op den aert van dat voorseyde cruyt: die sulcx is, dat hoe het meer vertreden wordt, hoe dattet groender wort. Welcke Devijs voormaels oock gebruyckte Mijn-heer den Legaet du Prat, Groot Cancelier van Vranckrijck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove