Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Den quaden aert, met macht, is grouwelick om sien: Selfs een goet Prins, vergramt, behoort elckeen te vlien: Want hoe goet dat hij is, let hij op sijn vermogen,

Sijn gramschap wort seer haest tot dulheyt opgetogen. Eenen vergramden, verhitten ende roockenden Beer, en moetmen nimmermeer tergen. Ende alsoo en moetmen oock niet doen een die toornich, droef, oft anders van sijnen eygen aert quellick oft moyelick is: want men soude daer dan niet dat mishagen, ongenoecht, quade ontmoeting, ende oock gevaer ende verdriet connen ontfangen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove