Anders.
Den quaden aert, met macht, is grouwelick om sien:
Selfs een goet Prins, vergramt, behoort elckeen te vlien:
Want hoe goet dat hij is, let hij op sijn vermogen,
Sijn gramschap wort seer haest tot dulheyt opgetogen.
Eenen vergramden, verhitten ende roockenden Beer, en moetmen nimmermeer tergen. Ende alsoo en moetmen oock niet doen een die toornich, droef, oft anders van sijnen eygen aert quellick oft moyelick is: want men soude daer dan niet dat mishagen, ongenoecht, quade ontmoeting, ende oock gevaer ende verdriet connen ontfangen.