Skip to content
1615

Princeliicke deuiisen

Claude Paradin

Anders. Een Vorst oft ander Heer, van hoogen stam gesproten, VVanneer hij, in sijn Hof (als in een cluys) gesloten, Sijn ampt niet self bedient, maer door sijn dienaers werct,

Soo datmen sijn claer licht in sijn doen niet en merct, En mach den eelen naem Doorluchtich niet wel voeren, Maer lijct wel een Lanteern die geen licht in en heeft; Oft oock een houten beelt dat sich self niet can roeren,

Maer door des mesters const en snaren-trecking leeft. DE brandende fackel oft tortse, die de Romeynen plagen te dragen voor heur Princen (gelijckmen sien mach in verscheyden munten oft medaglien, ende daer Herodianus oock van vermaent, sprekende vande hullinge des Keysers Gordianus) mocht merckelijck betoonen, dat sulcken Prins, Keyser, Crijchs-overste, Veltheer, oft oock Preteur (den welcken selfs in tijden der Keyseren last hadde ende macht om recht te doen, ende om de geschil-hebbende partijen te vereenigen, oft door sijn vonnis te scheyden, als in onse tijden de Schoutets) behoorden in alle schijn ende zijn veel ghesiender, claerder, ende doorluchtiger te wesen, dan ander, iae strecken moesten als tot een licht voor alle ander menschen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Princeliicke deuiisen · Claude Paradin · Poetry Cove