Skip to content
1722

Uitbreiding over honderd leerzaame zinnebeelden

Claes Bruin

Op het LXXIIste Zinnebeeld.

Dit Roomsch Gebouw tot praal en pracht Gestigt, hoe schoon 't mag blinken Moet door den tyd verzinken Met wat de waereld dierbaar acht, Verzot op nietige ydelheên, Door waan en schyn bedrogen. Ach! wierd dit overwogen, Men zou het hert aan kalk en steen, Aan weelde en Mammons klatergoud Niet hechten, als de dwaazen, Die steeds op schyngoed aazen. All' wat men hier uit praalzucht bouwt, En gierig oplegt door 't belang, Hoe 't de oogenlust mag wekken, 't Zal all' tot brandstof strekken In dien verschrik'lyk' ondergang, Als 't vuur van 's Hemels gramschap blaakt. Men tracht dan naar de muuren, Die tyd en dood verduuren; Naar 't huis dat zonder hand gemaakt Dat eeuwig blinkt door 't schoonst' cieraad, Van niemand te beseffen. Laat dit uw herten treffen, ô Waereldlingen! en verlaat Deeze aarde eer ze u eens zal begeeven. Niets vaster dan het eeuwig leven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.