Skip to content
1722

Uitbreiding over honderd leerzaame zinnebeelden

Claes Bruin

Op het LXIIIste Zinnebeeld.

Gelyk de Zonnebloem zich keert Naar 't licht dat haar dien naam doet draagen; Zo wend de ziel die niets begeert Dan 't geen de Alwysheid kan behaagen, 't Gezicht haar de ongeschape zon, En laat zich koest'ren door haar straalen: Zy weet steeds uit die Levensbron Verkwikking troost en raad te haalen, En wysheid die 't all' weegt en wikt, En doet haar 't goud voor slyk verkiezen; Waar door zy nimmer vreest of schrikt, Om 's waerelds vriendschap te verliezen, Die zy maar acht voor yd'le waan: Zy volgt den glans die haar doet leven; Zy kleeft haar' Schepper achter aan: Dus lagcht zy als de boozen beeven: Ze ontfangt in 't welbewust gemoed Den wederstraal van 't Alvermogen, Die haar met hemelsch Manna voed, Waar door de geest wort opgetoogen In 't voorpaleis der hoogste vreugd. ô Wie verlieft niet op de deugd!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.