Skip to content
1722

Uitbreiding over honderd leerzaame zinnebeelden

Claes Bruin

Op het XLIXste Zinnebeeld.

Deez' Diamant, hoe schoon van glans, Zal noch met meerder luister praalen, Wanneer de Zon van 's hemels trans Zich daar in spiegelt met haar straalen. ô Zinnebeeld van zulk een mensch, Die door natuurelyke gaaven En kunst hier uitblinkt naar elks wensch, En dus op 't lof'lyk spoor der braaven, Zyn voeten zet! Maar zal 't çieraad Een grooter heerlykheid erlangen, Die alle praal te boven gaat, Dan moet het eerst zyn glans ontfangen Van de ongeschape Zon, en 't licht Van Godsvruchts held're tintelingen. ô Dat deez' zaak van 't grootst' gewigt In 't binnenst' van elks ziel kwam dringen! Want noch de gaaven van den geest, Noch 's ligchaams kracht en schoone leden, Zyn ooit God aangenaam geweest, Dan in een hert vol zuiv're zeden. Wat praalge, ô mensch verkiezen meugt; Uw schoonste glans spruit uit de deugd.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.